Professionals

De AOW-uitkering kan niet eerder ingaan dan de pensioengerechtigde leeftijd.

De verplaatsing van Nederland naar Luxemburg heeft appellant het voordeel gebracht dat hij in aanmerking komt voor een Luxemburgs ouderdomspensioen met een lagere pensioengerechtigde leeftijd dan de AOW kent. De rechtspraak van het HvJEG noopt er echter niet toe dat Svb de lagere Luxemburgse pensioenleeftijd toepast.

Wat was er aan de hand? Appellant woont sinds juni 2003 in Luxemburg. Op 10 mei 2017 zal hij de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. In februari 2014 heeft hij, via de Luxemburgse Caisse Nationale d’Assurances Pensioen (CNAP), bij de Svb een aanvraag gedaan om toekenning van een AOW-uitkering. De Svb heeft dit verzoek afgewezen omdat hij nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Appellant heeft ook in Luxemburg een ouderdomspensioen aangevraagd. Het CNAP heeft met ingang van 9 februari 2014 een prépensioen toegekend. De man meent echter op grond van het EU-recht aanspraak te maken op een vervroegd AOW-pensioen vanuit Nederland per 9 februari 2014.

De Rechtbank heeft geoordeeld dat er in het EU-recht geen regeling bestaat waaruit het recht op een AOW-pensioen vóór het bereiken van de wettelijke gerechtelijke pensioenleeftijd zou kunnen worden afgeleid. Het bestaan van een dergelijke regeling zou tot rechtsongelijkheid kunnen leiden. In hoger beroep is in geschil of dit oordeel van de rechtbank juist is.

De Centrale Raad van Beroep gaat met de overwegingen van de rechtbank mee en voegt daar nog aan toe, dat de wijze waarop de hoogte van ouderdomspensioen wordt vastgesteld van personen die binnen de werkingssfeer van de Verordening (EG) nr. 883/2004 (Vo 883/2004) vallen, geregeld is in titel III, Hoofdstuk 5 van Vo 883/2004. Alleen als uitsluitend op grond van de nationale wetgeving is voldaan aan de voorwaarden die recht geven op een uitkering, berekent het bevoegde orgaan de verschuldigde uitkering krachtens het door het orgaan toegepaste wetgeving (art 52 lid 1, aanhef en onder a van Vo 883/2004). In lid 4 van artikel 52 is bepaald dat het orgaan onder de in de uitvoeringsverordening vastgestelde voorwaarden van de rekening pro rata af ziet, indien voldaan is aan de in lid 4 gestelde voorwaarden. Dergelijke situaties zijn gespecificeerd in Bijlage VIII. In die bijlage is onder het opschrift “gevallen waarin de onafhankelijke prestatie even hoog of hoger is dan de prestatie pro rata’ in onderdeel D (Nederland) vermeld; “alle aanvragen om ouderdomspensioen krachtens de AOW”. Dit betekent volgens de Centrale Raad dat het AOW-pensioen niet pro rata wordt berekend, maar naar nationaal recht.

De Centrale Raad merkt nog op, dat in het arrest Jeltes het Hof heeft overwogen dat de uniewetgever met het vaststellen van Vo 883/2004 in beginsel heeft voldaan aan de verplichting om een stelsel in te voeren dat de werknemers in staat stelt om de hindernissen te overwinnen die voor hen kunnen voortvloeien uit de nationale voorschriften inzake de sociale zekerheid. En dat Vo 883/2004 ziet op coördinatie van de systemen van sociale zekerheid van de lidstaten en niet op harmonisatie, zodat het artikel niet raakt aan de materiele en formele verschillen tussen de stelsels van de lidstaten en dus ook niet aan de verschillen in de rechten van de daarbij aangesloten personen, zodat de Verdragsregels betreffende het vrije verkeer een verzekerde niet garanderen dat een verplaatsing naar een andere lidstaat voor de sociale zekerheid neutraal is. Gelet op de verschillen tussen de stelsels en wettelijke regelingen van de lidstaten kan een verplaatsing, naar gelang het geval, financieel meer of minder voordelig zijn voor de aangesloten persoon. Centrale Raad van Beroep, 10 maart 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1102

 

 

Over Maaike Theunis

Maaike Theunis is in 2011 arbeids- en sociaalrechtelijk afgestudeerd aan de Universiteit van Tilburg. Tijdens haar studie heeft ze extra verdiepende cursussen gevolgd in het kader van het tweejarig topklasprogramma van de Universiteit van Tilburg. Uiteraard heeft ze Pensioenrecht als keuzevak gedaan. Na 2 stages bij ‘algemene’ advocatenkantoren heeft ze bewust voor een niche kantoor gekozen. Sinds november 2012 is zij als juridisch medewerkster werkzaam bij Gommer & Partners en vanaf februari 2015 werkzaam als advocaat.

Bekijk alle artikelen op pensioenweblog van Maaike Theunis

Reageer op dit bericht

Uw e-mail adres wordt niet op de site getoond.