Professionals

Aansprakelijkheid bestuurders wegens niet betaalde pensioenpremies

Rechtbank Oost-Brabant, 4 juni 2015, ECLI NL RBOBR 2015_3227, melding betalingsonmacht

Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf spreekt voormalig bestuurders van Albatros aan, een bedrijf werkzaam in de bedrijfstak schoonmaak- en glazenwassersbedrijven en nam uit dien hoofde verplicht deel in eiseres. Vanaf 2009 heeft Albatros nagelaten een substantieel deel van de pensioenpremie aan eiseres te voldoen. Gedaagden zijn van 1 april 2010 tot en met 1 februari 2012 bestuurder van Albatros geweest. Een deel van de onbetaald gebleven nota’s ziet op een periode dat bestuurders nog geen bestuurder waren, een deel die pas na de bestuurdersperiode zijn verzonden, maar wel betrekking hebben op deze periode en een deel is tijdens de bestuurdersperiode verzonden en heeft daarop ook betrekking. Op 14 juni 2012 heeft het bestuur van Albatros een mededeling van betalingsonmacht gedaan als bedoeld in artikel 23 lid 2 Wet Bpf 2000. Albatros is op 5 december 2012 failliet verklaard. Het pensioenfonds vordert hoofdelijke aansprakelijkheid van de voormalig bestuurders op grond van artikel 23 lid 4 Wet Bpf 2000. Het pensioenfonds stelt zich hierbij op het standpunt dat de mededeling van betalingsonmacht niet op deze nota’s betrekking heeft. Mocht de mededeling wél hierop betrekking hebben, dan stelt het pensioenfonds dat de voormalig bestuurders alsnog op grond van artikel 23 lid 3 Wet Bpf 2000 aansprakelijk zijn, aangezien het aannemelijk is dat het niet betalen van de bijdragen het gevolg is van aan hun te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur in de periode van drie jaar voorafgaand aan het tijdstip van de mededeling van de betalingsonmacht. Het verweer van gedaagden is dat zij in de betreffende periode weliswaar bestuurder van Albatros waren, maar dat zij zijn reeds per 16 december 2011 op non-actief gesteld. Zij hebben derhalve enkel gedurende de periode april 2010 tot en met 16 december 2011 als bestuurder gefunctioneerd. Enige aansprakelijkheid dient derhalve tot deze periode te worden beperkt. Daarnaast heeft de enig aandeelhouder van Albatros hen volledig décharge voor het door hen gevoerde beleid verleend. Hieruit moet worden herleid dat er geen sprake was van financieel mismanagement van hen. Tot slot waren de bestuurders niet op de hoogte van de achterstand in betalingen aan eiseres, zo stellen ze. De Rechtbank oordeelt dat alle facturen van vóór de termijn van twee weken voor de mededeling van betalingsonmacht, niet vallen onder deze mededeling. Daarnaast oordeelt de Rechtbank dat de door de voormalig bestuurders overlegde financiële gegevens, niet aantonen dat de onderneming in staat was de nota’s van het pensioenfonds te voldoen. Tevens is de Rechtbank van mening dat uit de gang van zaken blijkt dat Albatros eind februari 2012 in ieder geval al niet in staat was om enige betaling aan eiseres te doen. Daarbij overweegt de Rechtbank dat in het kader van voorgaande overwegingen voorts relevant is dat er ook sprake is van betalingsonmacht indien Albatros tijdens de bestuursperiode van gedaagden over liquide middelen beschikte tot (ten minste) het bedrag van de premieschulden, maar zij die middelen wegens andere verplichtingen niet heeft aangewend voor de voldoening van haar premieschulden (zie HR 4 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2998). Op grond hiervan acht de Rechtbank het ook aannemelijk dat de betalingsonmacht van Albatros ook al tijdens de bestuursperiode van gedaagden heeft bestaan. Dat betekent dat het vermoeden bestaat dat de niet-betaling van de bijdragen (en de verschuldigde rente) aan gedaagden is te wijten. Het ligt dan op de weg van gedaagden om dit vermoeden te weerleggen. De Rechtbank is van mening dat gedaagden er niet in zijn geslaagd om dit vermoeden te weerleggen. De taakverdeling binnen het bestuur is niet relevant. Ook de omstandigheid dat gedaagden reeds op 16 december 2011 op non-actief zijn gesteld, en zij aldus vanaf die datum reeds geen enkele bevoegdheid binnen Albatros meer hadden, disculpeert hen niet.

Over Linda Evers

Mr. Linda Evers MPLA is sinds 2004 werkzaam als advocaat bij Gommer & Partners, daarvoor was zij werkzaam bij diverse verzekeraars en pensioenfondsen als pensioenjurist. Zij is lid van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen, treedt regelmatig op als docent en publiceert in verschillende wetenschappelijke tijdschriften. Al meer dan tien jaar adviseert Linda in de volle breedte over alle thema’s die op pensioengebied spelen. De laatste jaren heeft ze zich steeds meer gespecialiseerd in de problematiek rondom de verplichte deelneming aan bedrijfstakpensioenfondsen.

Bekijk alle artikelen op pensioenweblog van Linda Evers

Reageer op dit bericht

Uw e-mail adres wordt niet op de site getoond.