Professionals

Vrijwillige vertrekregeling geen regeling voor vervroegde uittreding

Op 18 november 2016 heeft de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA-15-727 t/m 15-730) zich uitgelaten over een zaak waarin in geschil was of de door de werkgever in kwestie getroffen vertrekregeling wel of niet is aan te merken als een regeling voor vervroegde uittreding in de zin van artikel 32ba Wet LB 1964 (RVU). In de zaak ging het specifiek om het volgende.

Als gevolg van het ontstaan van een overtolligheid aan fte door inkrimping van activiteiten en economische omstandigheden heeft de werkgever voor zijn werknemers een vertrekregeling getroffen om die overtollige fte’s af te bouwen. Door de werkgever werd een samenhangend pakket aan maatregelen afgesproken. Onderdeel daarvan vormden een Protocol ‘Vrijwillige Vetrek Regeling’ (VVR-protocol) en een Detacherings-protocol. Op basis daarvan kregen de werknemers de keuze geboden om op vrijwillige basis het dienstverband met wederzijds goedvinden te beëindigen, dan wel gedetacheerd te worden. De ontvangen verzoeken tot deelname aan een van de protocollen zijn op basis van senioriteit toegewezen. De toe te kennen ontslagvergoedingen werden gebaseerd op de kantonrechtersformule.

De Rechtbank oordeelt in zijn uitspraak dat bij de beoordeling van de vraag of een regeling moet worden aangemerkt als een RVU, een objectieve toets moet worden aangelegd. Daarbij zijn de (subjectieve) intenties van werkgever en/of werknemer niet van belang. Ook niet van belang is wie uiteindelijk van de betreffende regeling gebruikmaakt. Volgens de Rechtbank moet wel worden vastgesteld of de regeling de doelgroep beperkt. Het gaat dus om de algemene kenmerken van de (generieke) regeling zoals vervat in het VVR-protocol.

De regeling maakte deel uit van een samenhangend pakket aan maatregelen om de boventalligheid af te bouwen en stond open voor alle werknemers uit alle leeftijdscategorieën en dus niet voor een beperkte groep zoals alleen de 50-plussers. De Rechtbank is van oordeel dat in casu geen sprake is van een RVU. De uitspraak is op 9 december 2016 gepubliceerd.

Over Erik van Toledo

Erik van Toledo is werkzaam als fiscaal-technisch medewerker bij de Belastingdienst, regio Amsterdam. Zijn specialismen zijn lijfrenteproducten, kapitaalverzekeringen en bancaire spaarvarianten, en ontslag-/loonstamrechten. Tevens participeert hij in de landelijke Kennisgroep Verzekeringsproducten en Assurantiebelasting (niet-winst) van de Belastingdienst. Sinds 2002 is hij eigenaar en beheerder van de Fiscale site Levensverzekeringen, een digitaal platform voor diverse aspecten van de problematiek rondom levensverzekeringen. Daarnaast doceert Erik onder meer bij de Belastingdienst, voor de PAOB en Licent Academy en schrijft hij regelmatig vakbijdragen voor diverse vakbladen, fiscale uitgevers in Nederland en deze pensioenweblog.

Bekijk alle artikelen op pensioenweblog van Erik van Toledo

Reageer op dit bericht

Uw e-mail adres wordt niet op de site getoond.