Professionals

10 wijzigingen in 2017 in de sociale zekerheid

1 Wijzigingen Arbowet

Op 19 september 2016 heeft de Tweede Kamer de gewijzigde Arbowet aangenomen. De wijzigingen hebben met name betrekking op de rol en de positie van de bedrijfsarts. De positie van de ondernemingsraad/personeelsvertegenwoordiging en de preventiemedewerker zijn duidelijker vastgelegd. Het wetsvoorstel moet nog door de Eerste Kamer. Verwacht wordt dat de wet zonder grote problemen wordt aangenomen en op 1 juli 2017 in werking treedt. Lopende arbodienstverleningscontracten zullen nog een jaar na inwerkingtreding van de wet ongewijzigd van kracht blijven. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • Elke werknemer heeft directe toegang tot de bedrijfsarts via een open spreekuur.
  • Werknemers hebben recht op een second opinion van een andere bedrijfsarts.

De second opinion is vooral bedoeld om meer duidelijkheid over klachten te geven, arbeidsgeneeskundige vragen en oorzaken van gezondheidsproblemen samenhangend met het werk. Een second opinion moet door een andere bedrijfsarts/arbodienst verricht worden.

  • Afspraken over arbodienstverlening worden vastgelegd in een basisovereenkomst arbodienstverlening. Hierin moet staan:
    • dat de bedrijfsarts toegang heeft tot iedere werkplek; op welke manier de bedrijfsarts of arbodienstverlener zijn wettelijke taken kan uitvoeren;
    • hoe de toegang tot de bedrijfsarts en het overleg met de preventiemedewerker en OR zijn geregeld;
    • hoe werknemers gebruik kunnen maken van het recht op second opinion;
    • hoe de klachtenprocedures werken;
    • hoe de bedrijfsarts omgaat met de meldingsplicht voor beroepsziekten.
  • Inspectie SZW krijgt meer sanctiemogelijkheden ten opzichte van werkgevers, arbodiensten en bedrijfsartsen. In sommige gevallen wordt de bedrijfsarts gelijkgesteld aan de werkgever. De inspectie SZW heeft de mogelijkheid om direct een boete op te leggen als de arbo-overeenkomt niet aan de juiste voorwaarden voldoet (tot € 13.500 per overtreding).
  • Grotere betrokkenheid van werknemers bij afspraken met arbodiensten en bedrijfsartsen. Het medezeggenschapsorgaan krijgt instemmingsrecht bij de keuze van de preventiemedewerker en zijn rol binnen de organisatie.
  • Medezeggenschapsorganen en werkgevers moeten zich goed laten informeren over de rechten en plichten die zij aangaan in overeenkomsten met arbodienstverleners. Door scholing of door een adviseur in te schakelen, krijgen zij inzicht in risico’s en afspraken over aansprakelijkheden.

2 Wet tegemoetkomingen loondomein

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) gaat op 1 januari 2017 in. LIV geldt voor werknemers die niet meer dan 125% van het minimum loon verdienen. Indien een werknemer maximaal 110% van het minimumloon verdient, bedraagt de tegemoetkoming € 1,01 per uur en maximaal € 2.000 per jaar. Bedraagt het loon van de werknemer tussen de 110% en 125% van het minimumloon, is de tegemoetkoming € 0,51 per uur en maximaal € 1.000 per jaar. De baan moet minimaal 1.248 uur voor dat kalenderjaar bedragen. Er is geen ondergrens voor de leeftijd, wel een bovengrens (de AOW gerechtigde leeftijd).

Het loonkostenvoordeel (LKV) wordt naar verwachting op 1 januari 2018 van kracht en betreft drie groepen werknemers (oudere werknemers, (herplaatsen) arbeidsgehandicapte werknemers en de doelgroep banenafspraak). Het LKV vervangt de mobiliteitsbonussen (bestaande premiekortingen). De tegemoetkoming voor oudere werknemers en voor (herplaatsen) arbeidsgehandicapte werknemers is € 3,05 per uur en maximaal € 6.000 per jaar.

3 No-risk tijdelijk voor oudere langdurig werkloze naar 56 jaar

Minister Asscher en sociale partners willen zoveel mogelijk hindernissen bij het aannemen van vijftigplussers wegnemen door o.a. de leeftijd van de no-riskpolis omlaag naar 56 jaar te brengen voor de langdurige oudere werkloze. De werkgever is slechts de eerste 13 weken voor het ziekengeld aansprakelijk indien de betrokkene binnen vijf jaar na indiensttreding ziek wordt en voor de indienstneming langer dan 1 jaar werkloos was. Na 2018 zal op basis van evaluatie van de aanpak en de arbeidsmarktsituatie van vijftigplussers worden bekeken of en zo ja welke aanpak er verder nodig is.

4 Wet verbetering hybride markt WGA

De Wet verbetering hybride markt gaat per 1 januari 2017 in. Een grote verandering is dat bedrijven die juist van privaat naar publiek gaan niet meer mogen terugkeren op een minimumpremie. Zij gaan een premie betalen op basis van de eigen schade (historische premielast). Dit is vooral nadelig voor bedrijven die het slecht doen omdat zij bij het UWV een hoge premie gaan betalen. Bij schadegevallen tellen alle WGA instromers uit een vast dienstverband mee die na 2007 zijn ingestroomd en in 2015 nog een uitkering WGA hadden. Bij flex WGA gerechtigden tellen alle uitkeringen mee die na 2012 zijn verstrekt en in 2015 nog liepen. Het grote nadeel bij het UWV is dat de flex instromers bij de gedifferentieerde premie WGA meetellen. Bij de private verzekeraar is daarentegen het voordeel dat deze flex schade niet meetelt. Echter private verzekeraars kijken hoogstwaarschijnlijk bij de risico inschatting naar het verleden van het bedrijf . Na 2017 is kiezen voor eigenrisicodragerschap WGA aantrekkelijker geworden omdat alle bestaande schade staartlast bij het UWV kan achterblijven.

5 Verbeteringen poortwachtertraject

Minister Asscher van Sociale Zaken heeft op 21 april 2016 aangekondigd dat hij de mogelijkheid wil onderzoeken dat de werkgever een vervroegde WIA keuring kan aanvragen indien een medewerker dat niet wil doen. Hierdoor kan de inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA) eerder ingaan.

Het niet of te laat inzetten van tweedespoortrajecten zal niet meer tot loonsancties bij het UWV gaan leiden, aldus de wens van Asscher. De minister wil voorkomen dat tweedespoortrajecten slechts worden gebruikt om een loonsanctie te voorkomen.

6 Quotum banenafspraak uitgesteld

De banenafspraak die in 2013 is gemaakt om mensen met arbeidsbeperkingen meer kans op de arbeidsmarkt te geven, ligt met name voor de werkgevers in de marktsector voor op schema. Daar zijn vanaf het moment van de nulmeting (1 januari 2013) in totaal 15.604 banen gerealiseerd. De doelstelling uit het sociaal akkoord was 6.000 banen. Bij de overheid zijn er vanaf de nulmeting tot eind vorig jaar 5.453 banen voor mensen met een beperking ontstaan (doelstelling was 3.000 banen). Het is daarom niet nodig de quotumregeling toe te passen.

7 Aanpassing minimumjeugdloon

Het minimumjeugdloon wordt vanaf 21 jaar in twee stappen afgeschaft. Op dit moment krijgen werknemers jonger dan 23 jaar minder dan het wettelijk minimumloon (WML). Vanaf 1 juli 2017 gaat het minimumjeugdloon in stappen omhoog, zodat jongeren vanaf 21 jaar het wettelijk minimumloon gaan verdienen. Het loon van jongeren van 18, 19 en 20 jaar stijgt mee om het risico te beperken dat de verschillende leeftijden een te grote rol gaan spelen bij het aannemen van mensen. Om baanverlies te voorkomen, neemt het kabinet compenserende maatregelen. Betaling op basis van stukloon blijft mogelijk, maar werknemers gaan tenminste het WML voor elk gewerkt uur verdienen. Deze betaalwijze komt o.a. voor in de agrarische sector, de schoonmaaksector en bij pakket- en postbezorging. Tevens wordt geregeld dat werknemers recht hebben op minimumloon voor de uren die ze meer dan hun reguliere werktijd werken.

8 Maatregelen Verzamelwet SZW 2017

Een verzamelwet regelt een scala aan verbeteringen/besparingen of tekstuele wijzigingen, zoals:

  • Analoog aan de regeling die geldt bij loondoorbetaling bij ziekte, wordt in de WIA en de Ziektewet geregeld dat het te laat aanvragen van een WIA-uitkering leidt tot verlenging van de wachttijd van 104 weken en verlenging van de periode waarover de eigenrisicodrager ziekengeld moet betalen.
  • Eigenrisicodragers voor de Ziektewet kunnen met ingang van 2017 zonder tussenkomst van UWV een proefplaatsing goedkeuren voor (ex-)werknemers met een ZW-uitkering. Dit wordt geregeld in artikel 52e van de Ziektewet.
  • De no-riskpolis geldt straks voor alle werknemers die onder de doelgroep van de Participatiewet vallen.
  • UWV, gemeente en Sociale Verzekeringsbank vragen geen gegevens op die ze al uit de polisadministratie of basisregistratie kunnen halen.
  • Werkgevers kunnen met ingang van 2017 ook over hun uitzendkrachten informatie uit het doelgroepregister opvragen bij UWV.

9 Kraamverlof voor partner: 2 dagen betaald door werkgever en 3 dagen betaald door UWV

Degene die samen met zijn/haar partner een kind krijgt, heeft met ingang van 2019 recht op vijf dagen betaald verlof (is momenteel twee dagen). Het wetsvoorstel beoogt dat vijf dagen kraamverlof voor partners het uitgangspunt wordt en er geen financiële obstakels zijn om dit verlof op te nemen. Via de werkgever wordt bij UWV het kraamverlof aangevraagd. Automatische verwerking van deze aanvragen is noodzakelijk voor een goede en snelle uitvoering. Bovendien levert dit de laagste administratieve lasten op. UWV moet wel de beschikking krijgen over de benodigde persoonsgegevens. De huidige twee dagen betaald kraamverlof wordt momenteel gevolgd door drie dagen onbetaald ouderschapsverlof en is een minder aantrekkelijke regeling.

10 Slapende dienstverbanden: aanpassing transitievergoeding na 104 weken ziekte?

Een werkgever kan ervoor kiezen een slapend dienstverband in stand te houden teneinde de transitievergoeding te vermijden. Minister Asscher heeft aangegeven dat dit onwenselijk kan zijn, maar dat de rechter hierover moet oordelen. Asscher onderzoekt of het mogelijk is om de transitievergoeding na ziekte te betalen uit het Algemeen werkloosheidsfonds (AWF). Alle werkgevers zullen dan hiervoor een hogere premie verschuldigd worden. Dit is een tegemoetkoming aan werkgevers die het onbillijk vinden om na twee jaar loondoorbetaling ook een transitievergoeding te moeten betalen. Dit geldt temeer als een bedrijf aantoonbaar het nodige moeite heeft gedaan voor de re-integratie van de zieke werknemer. Asscher wil in gesprek met werkgeversorganisaties en vakbonden over een wetswijziging om dit te regelen. Het wetsvoorstel verschijnt vermoedelijk in februari 2017.

Ellen van Waaijen

Over Ellen van Waaijen

Mr. Ellen van Waaijen is gespecialiseerd in Loonheffingen. Adviseert werkgevers en werknemers, alsmede accountants- belastingadvies- en advocatenkantoren, bij het ontwerpen van (flexibele) arbeidsvoorwaarden, begeleidt looncontroles en voert onderhandelingen met Belastingdienst en UWV, voert procedures etc. Zij doceert, geeft in-company trainingen en publiceert regelmatig in diverse media: dagbladen, (vak)tijdschriften, boeken, radio en op Internet. Verder was zij Raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Amsterdam en tax partner bij enkele gerenommeerde kantoren (PWC, Loyens & Loeff, E&Y en Mercer).

Bekijk alle artikelen op pensioenweblog van Ellen van Waaijen

Reageer op dit bericht

Uw e-mail adres wordt niet op de site getoond.