Professionals

Geen afstand van pensioenverevening indien bij de echtscheiding algehele kwijting van uitsluitend de huwelijksgoederengemeenschap is overeengekomen.

In deze kwestie was de vraag aan de orde of de vrouw door het verlenen van kwijting afstand heeft gedaan van haar recht op verevening van pensioenrechten.
Partijen zijn in 1997 in gemeenschap van goederen gehuwd. De echtscheiding is bij beschikking van 13 juni 2007 uitgesproken en op 3 juli 2007 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Gedurende het huwelijk zijn door de man pensioenrechten opgebouwd.

Partijen hebben eerder geprocedeerd over de verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap. Daarbij zijn partijen het volgende overeengekomen: “Partij [de man] zal aan partij [de vrouw] een bedrag betalen van EUR 240,00 (….) Partijen verlenen elkaar na uitvoering van het bovenstaande finale kwijting van al hetgeen zij in het kader van deze procedure gevorderd hebben en al hetgeen zij mogelijk nog te vorderen hebben in het kader van de rechtsbetrekking die tussen hen heeft bestaan.”

Partijen hebben in deze procedure niet gesproken over de verevening van pensioenrechten.

Rechtbank
Volgens de rechtbank vallen pensioenrechten op grond van artikel 1:94 lid 2 onderdeel b BW niet in de gemeenschap van goederen. De pensioenrechten worden beheerst door de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (WVPS). Uit artikel 2, lid 1 WVPS volgt dat voor afstand van pensioenverevening vereist is dat partijen toepassing van de WVPS moeten hebben uitgesloten en dat dit schriftelijk moet gebeuren.

In het proces-verbaal is met geen woord gerept over de pensioenrechten. Er is dus volgens de rechtbank niet voldaan aan de vereisten voor afstand van pensioenverevening.

De man beroept zich nog op afstand van recht of rechtsverwerking en voert daartoe een aantal omstandigheden aan. Zo stelt hij onder andere dat de vrouw een beroep op de pensioenverevening bewust achterwegen gelaten zou hebben in verband met haar recht op bijstand, zij pas actie heeft ondernomen toen zij er zelf financieel beter van zou worden en de man geen rekening meer hoeft en heeft kunnen houden met de aanspraak van de vrouw, in elk geval niet met terugwerkende kracht.
Volgens vaste rechtspraak is het enkel stilzitten onvoldoende. Ook de door de man aangevoerde omstandigheden zijn onvoldoende voor het aannemen van afstand van pensioenverevening. Dat geldt ook voor een beroep op de redelijkheid en billijkheid met deze omstandigheden en het thans geringe inkomen van de man als verweer tegen de toewijzing met terugwerkende kracht. De vrouw heeft de man bij brief van 14 oktober 2015 aangesproken om tot verevening van de pensioenrechten over te gaan, zodat hij er vanaf dat moment rekening mee had kunnen en moeten houden. Voorts vordert de vrouw met ingang van 1 juli 2015 pensioenverevening en niet vanaf de echtscheiding, toen de man zijn pensioenuitkering reeds ontving. De man moet maandelijks de aan de vrouw toekomende aanspraak op pensioen betalen.

Conclusie
Op grond van de vereisten van artikel 2, lid 1 van de WVPS kan onder een algemene kwijting bij de verdeling van uitsluitend de huwelijksgoederengemeenschap niet tevens afstand van pensioenverevening zijn begrepen.
Rechtbank Midden-Nederland d.d. 30 november 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:5917

 

Over Maaike Theunis

Maaike Theunis is in 2011 arbeids- en sociaalrechtelijk afgestudeerd aan de Universiteit van Tilburg. Tijdens haar studie heeft ze extra verdiepende cursussen gevolgd in het kader van het tweejarig topklasprogramma van de Universiteit van Tilburg. Uiteraard heeft ze Pensioenrecht als keuzevak gedaan. Na 2 stages bij ‘algemene’ advocatenkantoren heeft ze bewust voor een niche kantoor gekozen. Sinds november 2012 is zij als juridisch medewerkster werkzaam bij Gommer & Partners en vanaf februari 2015 werkzaam als advocaat.

Bekijk alle artikelen op pensioenweblog van Maaike Theunis

Reageer op dit bericht

Uw e-mail adres wordt niet op de site getoond.