Professionals

Nieuwe uurloongrenzen en inwerkingtreden lage-inkomensvoordeel

Bij het vaststellen van de uurloongrenzen voor het lage-inkomensvoordeel (LIV) wordt uitgegaan van een 40-urige werkweek in plaats van een 38-urige werkweek. Het gemiddeld uurloon wordt verlaagd. Deze wijzigingen staan in het wetsvoorstel Verzamelwet 2017. Daarnaast is de inwerkingtreding van de LIV per 1 januari 2017 gepubliceerd.

Bij de uurloongrenzen en de bedragen voor het lage-inkomensvoordeel (LIV) is uitgegaan van een 38-urige werkweek, anticiperend op een herziening van de Wet op het minimumloon. Bij de herziening is inmiddels besloten voorlopig niet over te gaan op een minimumuurloon. Daarom wordt alsnog gekozen om bij de vaststelling van de uurloongrenzen voor het LIV uit te gaan van een 40-urige werkweek, omdat anders circa 30.000 werknemers die meer dan 38 uur per week werken tegen minimumloon niet in aanmerking zouden komen voor het LIV.

Omdat het uurloon om in aanmerking te komen voor het LIV van 100% van het wettelijk minimumloon wordt verlaagd, worden de uurlonen horend bij 110% en 120% van het wettelijk minimumloon overeenkomstig verlaagd. Om te voorkomen dat hierdoor aan de bovenkant een veel grotere groep afvalt, wordt de bovengrens verhoogd van 120% naar 125%.

Het kan voorkomen dat een werknemer bij dezelfde werkgever meerdere dienstbetrekkingen kan hebben. Om de uitvoering van het lage-inkomensvoordeel te vereenvoudigen is gekozen de berekening daarvan per inhoudingsplichtige werkgever te bepalen, dat wil zeggen over alle dienstbetrekkingen bij die werkgever gezamenlijk.

De wettekst van artikel 3.1 Lage-inkomensvoordeel luidt nu als volgt:

  1. Een werkgever heeft recht op een lage-inkomensvoordeel indien bij deze werkgever een werknemer in dienstbetrekking is waarvan: a. het gemiddelde uurloon in het kalenderjaar: 1°. meer bedraagt dan € 9,89 maar niet meer dan € 10,88; of 2°. meer bedraagt dan € 10,88 maar niet meer dan € 11,87; en b. in het kalenderjaar ten minste 1248 verloonde uren zijn opgenomen in de loonaangifte.
  2. Het eerste lid is niet of niet langer van toepassing indien de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt.
  3. Het gemiddelde uurloon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt vastgesteld door het jaarloon te delen door de verloonde uren.
  4. Bij het begin van het kalenderjaar worden de bedragen, genoemd in het eerste lid, bij regeling van Onze Minister van Financiën, na overleg met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, gewijzigd in andere bedragen waarbij de te wijzigen bedragen worden verhoogd of verlaagd overeenkomstig de wijzigingen van de bedragen, genoemd in artikel 8, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag.

Volgens de Verzamelwet 2017 wordt het artikel 3.1 als volgt gewijzigd:

  1. In de aanhef van het eerste lid wordt “in dienstbetrekking is” vervangen door: in een of meerdere dienstbetrekkingen is.
  2. Het eerste lid, onderdeel a, wordt als volgt gewijzigd:
  3. In het eerste subonderdeel wordt “meer bedraagt dan € 9,89” vervangen door “gelijk is aan of meer bedraagt dan € 9,50”, en wordt “€ 10,88” vervangen door: € 10,45.
  4. In het tweede subonderdeel wordt “€ 10,88” vervangen door: € 10,45.
  5. Aan het tweede lid wordt een zin toegevoegd, luidende:

Ingeval de periode waarin het lage-inkomensvoordeel van toepassing is, in de loop van een aangiftetijdvak eindigt, wordt die periode verlengd met het buiten die periode vallende deel van het aangiftetijdvak waarin die periode eindigt. De Wet tegemoetkomingen loondomein treedt voor wat betreft de bepalingen inzake het lage-inkomensvoordeel in werking met ingang van 1 januari 2017. Het voornemen is dat de bepalingen inzake loonkostenvoordelen in werking treden met ingang van 1 januari 2018.

Hoewel de artikelen 6.1 en 6.3 niet alleen betrekking hebben op loonkostenvoordelen, maar ook op het lage-inkomensvoordeel is inwerkingtreding van die artikelen per 1 januari 2017 nog niet noodzakelijk.

Ellen van Waaijen

Over Ellen van Waaijen

Mr. Ellen van Waaijen is gespecialiseerd in Loonheffingen. Adviseert werkgevers en werknemers, alsmede accountants- belastingadvies- en advocatenkantoren, bij het ontwerpen van (flexibele) arbeidsvoorwaarden, begeleidt looncontroles en voert onderhandelingen met Belastingdienst en UWV, voert procedures etc. Zij doceert, geeft in-company trainingen en publiceert regelmatig in diverse media: dagbladen, (vak)tijdschriften, boeken, radio en op Internet. Verder was zij Raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Amsterdam en tax partner bij enkele gerenommeerde kantoren (PWC, Loyens & Loeff, E&Y en Mercer).

Bekijk alle artikelen op pensioenweblog van Ellen van Waaijen

Reageer op dit bericht

Uw e-mail adres wordt niet op de site getoond.