Professionals

Schriftelijkheidsvereiste voor afwijken van de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding.

Op grond van artikel 4 lid 1 van de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding is het mogelijk om schriftelijk af te wijken van toepassing van deze wet. In dit artikel is het volgende opgenomen:

“Bij huwelijkse voorwaarden of bij een bij geschrift gesloten overeenkomst met het oog op de scheiding kunnen de echtgenoten in afwijking van artikel 3, aanhef en onderdeel a van het eerste lid, overeenkomen het deel bedoeld in artikel 2, tweede lid, te bepalen op een door hen te kiezen vast percentage dan wel de in artikel 3, eerste lid, onder a, nader bepaalde periode te wijzigen. Het bij geschrift met het oog op de scheiding door de echtgenoten overeen te komen deel kan niet worden bepaald op een percentage dat op het tijdstip van scheiding resulteert in een pensioenaanspraak gelijk aan of lager dan het in artikel 3, derde lid, bedoelde bedrag.”

In de onderhavige procedure speelt de vraag of aan de vereisten van dit artikel voldaan is. Wat was er aan de hand? Partijen hebben middels e-mail gesproken over de Wet VPS en een afwijkende regeling hiervan. Van deze e-mailberichten staat vast dat ze over en weer zijn verzonden, ontvangen en bekrachtigd. De man stelt zich op het standpunt dat deze e-mails bestempeld moeten worden als een bij geschrifte gesloten overeenkomst. Weliswaar is deze overeenkomst, volgens de man, via de elektronische weg tot stand gekomen, maar daarmee is nog altijd voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste.

De vrouw is van mening dat afwijken van de Wet VPS alleen mogelijk is bij huwelijkse voorwaarden of echtscheidingsconvenant en de betreffende e-mails kwalificeren niet als convenant. Daarom is geen afwijkende regeling overeengekomen.

Het Gerechtshof overweegt allereerst dat in het kader van een onderhandelingstraject met betrekking tot de vermogensrechtelijke afwikkeling van de scheiding niet snel mag worden aangenomen dat partijen een deelafspraak hebben gemaakt. Duidelijk moet zijn dat partijen deze deelafspraak willen maken met betrekking tot een specifiek vermogensbestanddeel.

Uit de gewisselde stukken blijkt dat de onderhandelingen zijn onderbroken en een procedure is opgestart. Er is dus tussen partijen geen overeenkomst tot stand gekomen. De e-mailwisseling inzake pensioen kan niet gekwalificeerd worden als een schriftelijke overeenkomst, zoals opgenomen in artikel 4 Wet VPS. Uit deze berichten blijkt dat nog een convenant opgesteld zou worden, pas na ondertekening door beide partijen is er sprake van een regeling uit artikel 4 Wet VPS, zo oordeelt het Gerechtshof.

Conclusie
Het Gerechtshof bevestigt de strikte uitleg die gegeven moet worden aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 4 Wet VPS. Hoofdregel blijft dan ook huwelijkse voorwaarden of echtscheidingsconvenant. Het is derhalve van groot belang om bij eventuele deelafspraken over pensioen een duidelijke schriftelijke overeenkomst op te stellen, waarin de afspraken vastgelegd worden. Gerechtshof Den Haag, 25 oktober 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3439

Over Linda Evers

Mr. Linda Evers MPLA is sinds 2004 werkzaam als advocaat bij Gommer & Partners, daarvoor was zij werkzaam bij diverse verzekeraars en pensioenfondsen als pensioenjurist. Zij is lid van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen, treedt regelmatig op als docent en publiceert in verschillende wetenschappelijke tijdschriften. Al meer dan tien jaar adviseert Linda in de volle breedte over alle thema’s die op pensioengebied spelen. De laatste jaren heeft ze zich steeds meer gespecialiseerd in de problematiek rondom de verplichte deelneming aan bedrijfstakpensioenfondsen.

Bekijk alle artikelen op pensioenweblog van Linda Evers

Reageer op dit bericht

Uw e-mail adres wordt niet op de site getoond.